Citaten 311 t/m 320 van 421.
-
Zeg mij, waar vind ik de gerechtigheid, die liefde is met ziende ogen?
-
Ziet, ik ben een verkondiger des bliksems en een zware droppel uit de wolk; deze bliksem echter heet Übermensch.
-
Zij begrijpen mij niet; ik ben niet de mond voor deze oren.
-
Zolang er mensen bestaan, heeft de mens zich te weinig verheugd; dat alleen, mijne broeders, is onze erfzonde!
-
Zoudt gij een god kunnen scheppen? - Zwijgt mij dan toch van alle goden! Wel kunt gij echter de Übermensch scheppen.
-
"Dit, is nu mijn weg, waar is de uwe?" Zo antwoordde ik hun, die mij "naar de weg" vroegen. Die weg namelijk, bestaat niet!
-
Aan onze sterkste drift, die de dwingeland in ons speelt, onderwerpt zich niet alleen onze rede, maar ook ons geweten.
-
Ach, veel onwetendheid en dwaling zijn in ons lijf geworden!
-
Daarbuiten, stormachtiger dan de zee, stormt ons groot verlangen!
-
Dat het geloof onder bepaalde omstandigheden zalig maakt, dat zaligheid van een idee-fixe nog geen waar idee maakt, dat het geloof geen bergen verzet, maar wel bergen neerzet waar er geen zijn: een vluchtige wandeling door een gekkenhuis is voldoende om een en ander bevredigend toe te lichten.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 32)