Citaten 341 t/m 350 van 421.
-
Het christelijke godsbegrip - god als ziekengod, god als fantast, god als geest - is een van de meest corrupte godsbegrippen waartoe men het op aarde gebracht heeft; wellicht vertegenwoordigt het zelfs het diepte punt van de neerwaartse ontwikkeling van het godentype.
-
Het is het voorrecht van de grootten om met kleine geschenken erg gelukkig te worden.
-
Het kleinste geluk, zolang het maar ononderbroken voortduurt en gelukkig maakt, is onvergelijkelijk veel méér dan het grootste, dat zich alleen als episode, als het ware als gril, als gekke inval, tussen louter onlust, begeerte en ontbering voordoet.
-
Het recht om na zijn veertigste jaar zijn biografie te schrijven heeft iedereen wel: want ook de onaanzienlijkste mens kan iets beleefd en van nabij gezien hebben wat voor de denker waardevol en opmerkelijk is.
-
Hoe arm is toch de mens! dacht hij in zijn hart, hoe lelijk, hoe reutelend, hoe vol van verborgen schaamte!
-
Hoe heb ik ieder lief, tot wien ik maar mag spreken! Ook mijn vijanden behoren tot mijn zaligheid.
-
Hoe wil ik door en door rechtvaardig zijn! Hoe kan ik ieder het zijn geven! Dit zij mij genoeg; ik geef ieder het mijne.
-
Ik ben een schenkende; gaarne schenk ik als vriend aan vrienden. Laten vreemden en armen zelf de vrucht van mijn boom plukken, dan is het minder beschamend.
-
Ik ben mijn wijsheid beu geworden, gelijk de bij, die van de honing te veel verzameld heeft.
-
Ik ben Zarathustra, de goddeloze, hij die spreekt; wie is goddelozer dan ik, opdat ik mij verheuge in zijn onderwijzing?
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 35)