Citaten 411 t/m 420 van 421.
-
Geen daad kan vernietigd worden. Hoe kan zij door de straf ongedaan worden gemaakt?
-
Gij bemint uw deugd, gelijk de moeder haar kind; maar wie hoorde ooit, dat een moeder betaald wilde worden voor haar liefde?
-
Gij groot gesternte! Wat zou uw geluk waard zijn, wanneer u niet hen had, die u verlicht!
-
Gij scheppenden, gij hogere mensen! Wie baren moet, is ziek; doch wie gebaard heeft, is onrein.
-
Het gehele werk van Dostojewski en Nietzsche is in de diepste grond een worstelen met god.
-
Nietzsche zocht het absolute maar hij bereikte dit niet, telkens wanneer hij het eindelijk meende te kunnen vastgrijpen en er zijn hand begerig naar uitstrekte, ontweek het hem, zoals het sappige ooft Tantalus ontweek.
-
Uwer kinderen land zult gij liefhebben; deze liefde zij uw nieuwe adel.
-
Voorwaar, ik mag hen niet, de barmhartigen, die zalig zijn in hun medelijden. Al te zeer ontbreekt het hen aan schaamte.
-
Zalig zijn de slaperigen: want zij zullen dra indommelen.
-
Al te lang is in de vrouw een slaaf en een tiran schuil gegaan. Daarom is de vrouw nog niet tot vriendschap in staat, zij kent slechts de liefde.
De beste nietzsche citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net. (pagina 42)