Citaten 71 t/m 80 van 158.
-
De meeste stervelingen komen nooit hun werkelijk lot te weten; we worden er simpelweg door overrompeld. Tegen de tijd dat we ons hoofd optillen en toekijken hoe het zich verwijdert, is het al te laat en moeten we de rest van de weg door de greppel afleggen die dromers de volwassenheid noemen. De hoop is niet meer dan het geloof dat het moment nog niet gekomen is, dat het ons nog lukt ons werkelijke lot te zien wanneer het dichterbij komt, en dat we aan boord kunnen springen voor de kans onszelf te worden voor eeuwig vervluchtigt en het lot ons ertoe veroordeelt leeg te leven, verlangend naar wat moest zijn en nooit was.
-
Het noemen van oorlog als de voedingsbodem van moed en deugd, is als losbandigheid de voedingsbodem van liefde noemen.
-
Ik denk niet dat je veel goede uitvindingen kunt noemen die door getrouwde mannen zijn gemaakt.
-
Ik moet, als gij, ondergaan, zoals de mensen het noemen, tot wie ik wil afdalen.
-
Je overgeven aan onwetendheid en het vervolgens God noemen, is altijd al voorbarig geweest, en het blijft ook vandaag nog voorbarig.
-
Je valt uit de lucht, ergens ooit - en dat noemen ze dan je thuis of zo.
-
Niet een lip of een oog is het, wat wij schoonheid noemen, maar de verenigde kracht en het resultaat van alles.
-
Onze levens zijn tenslotte maar een opeenvolging van ongelukken - een opeenhoping van toevallige gebeurtenissen. Een reeks keuzes, oorzakelijk of opzettelijk, die samenvallen met die ene grote ramp die we het leven noemen.
-
Toen ik een kleine jongen was, noemden ze mij een leugenaar, maar nu ik ben opgegroeid noemen ze mij een schrijver.
-
Wat we substantie en realiteit noemen, is schaduw en illusie, en wat we schaduw en illusie noemen, is substantie en realiteit.