Citaten 11 t/m 20 van 42.
-
Een hoogstaand man weet het noodlot te benutten, evenals de zeeman de wind, uit welke richting hij ook waait.
-
Het noodlot van critici is voort te leven door wat zij in gebreke bleven te begrijpen.
-
O, spreek niet over een noodlot. Noodlot is een woord. Ieder mensch maakt zijn eigen noodlot. Je bent te zwak om jezelve het te maken. Laat mij je noodlot maken.
-
De schaduwen, die een noodlot voor zich uitzendt, worden zelden gezien eer zij al te zwaar zijn geworden om ze te ontwijken.
-
Voor de zwarte is er slechts één noodlot. En het is wit.
-
Al wie geduldig met het noodlot medegaat, hij geldt voor wijs en in het goddelijke ingewijd.
-
Een graf is nog steeds de beste beveiliging tegen de stormen van het noodlot.
-
Tegen het noodlot binden zelfs de goden de strijd niet aan.