Citaten 31 t/m 40 van 42.
-
Gehaat door dwazen, en dwazen hatend, laat dat mijn leuze en noodlot zijn.
-
Het noodlot is een welkome kapstok om de ongerechtigheid aan op te hangen ten einde haar te laten voortduren.
-
Het noodlot van de liefde is dat het altijd te weinig of te veel lijkt.
-
Ik houd van hem, die niet te veel deugden wil hebben. Eén deugd is meer deugd dat twee, omdat zij vaster knoop is, waaraan het noodlot zich hecht.
-
Ik houd van hem, die uit zijn deugd zijn neiging en zijn noodlot maakt; aldus wil hij om der wille van zijn deugd leven en niet meer leven.
-
Je eigen wil is niet meer dan je tong uitsteken tegen het noodlot.
-
Met de machten van het noodlot is geen eeuwig verbond te sluiten.
-
Wij kunnen het noodlot niet overwinnen, maar wij kunnen er op zulk een wijze aan toegeven, dat wij groter zijn dan als wij het wel konden.
-
Eenmaal geloofde men aan waarzeggers en sterrenwichelaars; en daarom geloofde men; alles is noodlot, gij zult, want gij moet!