Citaten 1 t/m 9 van 9.
-
Hij is ondankbaar die ontkent dat hem een vriendelijkheid is bewezen; hij is ondankbaar die het verbergt; hij is ondankbaar die er niets tegenoverstelt; en de ondankbaarste van allen is hij die het vergeet.
-
Ondankbaarheid is altijd een soort zwakheid. Ik heb nooit gezien dat flinke mensen ondankbaar waren.
-
Van de mensen kan men in het algemeen zeggen dat ze ondankbaar, wankelmoedig, huichelachtig, laf en begerig naar gewin zijn.
-
Tweemaal ondankbaar is hij, wiens mislukking dankbaarheid overbodig maakt.
-
Als je niet zwak wilt zijn, moet je vaak ondankbaar zijn.
-
In vriendschap is het belangrijk om op tijd boos te zijn om niet ondankbaar te hoeven zijn.
-
Je bemoeien met de dwaasheid van een ander is altijd ondankbaar werk.
-
De lof van de ziekte is nog nooit bezongen. Op zijn minst zouden artsen toch niet ondankbaar mogen zijn.
-
Laat ons zekere lieden dankbaar zijn dat ze ons genoeg eren om ondankbaar te zijn.


