Citaten 1 t/m 10 van 86.
-
De arbeid bevrijdt ons van drie grote rampen: de verveling, de ondeugd, en de armoede.
-
Hij die de deugd alleen beoefent om zich naam te maken, is dicht bij de ondeugd.
-
Goed en kwaad grenzen aan elkaar; daarom krijgt de deugd vaak de schuld van wat de ondeugd misdreven heeft.
-
Weten dat je niet weet, is een deugd. Niet weten dat je niet weet, is een ondeugd. De wijze heeft geen gebreken, want hij beschouwt alle gebreken als gebreken.
-
Ook domheid heeft haar eergevoel: Ze verzet zich zelfs veel heftiger tegen spot dan ondeugd tegen berisping. Want de ondeugd weet dat de kritiek gelijk heeft, maar domheid gelooft daar niet aan.
-
Sommigen rijzen door ondeugd, anderen komen door deugd ten val.
-
Geen grotere vergissing dan de veronderstelling dat een leven vol ondeugd een leven van onafgebroken plezier is.
-
Een ondeugd, die succes heeft, wordt deugd genoemd.
-
Werk behoedt ons voor drie kwalen: verveling, ondeugd en gebrek.
-
De ondeugd die ondankbaarheid heet, vindt haar oorzaak in gierigheid of achterdocht.









