Citaten 11 t/m 20 van 70.
-
Geen tijd en geen volk, die niet denkbeeldige deugden en ondeugden hebben ingesteld.
-
Men minacht niet iedereen, die ondeugden bezit, maar men minacht wel iedereen, die geen enkele deugd bezit.
-
Ondeugden besluipen ons onder de naam van deugden.
-
Wij houden ons in de deugd niet staande door onze eigen kracht, maar door het tegenwicht van twee tegenstrijdige ondeugden, zoals wij staan blijven tussen twee tegen elkaar in waaiende winden: neem een der ondeugden weg en wij vervallen in de andere.
-
Wij merken weinig ondeugden op omdat wij zo weinig deugden onderstellen.
-
Enkele weinige ondeugden zijn in staat om vele deugden te verduisteren.
-
Er zijn mensen wier enige deugd het is geen ondeugden te bezitten.
-
Er zijn ondeugden die zich slechts door andere aan ons vasthechten, en die, wanneer de stam wordt weggenomen, als losse takken kunnen worden verwijderd.
-
Grote geesten vertonen even grote ondeugden als deugden.
-
Het eigenbelang zet alle deugden en ondeugden aan het werk.