Citaten 51 t/m 60 van 66.
-
Als iemand een kwade vrouw heeft, is het als een ongelijk paar ossen, die nevens elkander moeten trekken: wie haar krijgt, krijgt een schorpioen.
-
Als u niet kunt bewijzen dat een man ongelijk heeft, raak dan niet in paniek. Je kunt hem altijd uitschelden.
-
De afwezigen hebben altijd ongelijk.
-
De natuur heeft nooit de Onafhankelijkheidsverklaring gelezen. Zij blijft ons ongelijk maken.
-
De stemmen worden geteld, niet gewogen. In het staatsbestuur kan het nu eenmaal niet anders. Hier is niets zo ongelijk als juist die zogenaamde gelijkheid.
-
De zinnen moeten in een boek bewegen als bladeren in een bos, allemaal ongelijk in hun gelijkenis.
-
Gelijk hebben is voor een vrouw niet helemaal ongelijk hebben.
-
Het goede, dat doen wij, het kwade doet het lot; men heeft altijd gelijk, het lot steeds ongelijk.
-
Het is even moeilijk ongelijk te krijgen tegenover zichzelf als gelijk te krijgen tegenover anderen.