Citaten 1 t/m 2 van 2.
-
De wreedheid van de onmachtige uit zich als onverschilligheid.
-
Wij koesteren jegens de aanzienlijken en jegens de hooggestelden een onvruchtbare naijver en een onmachtige haat, die ons geenszins schadeloos stelt voor hun voornaamheid en verhevenheid, en die alleen dan aan onze eigen ellende het ondraaglijk gewicht toevoegt van het geluk van anderen.