Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
De dwaas riep op het marktplein. Niemand bleef staan om te antwoorden. Zo werd bevestigd dat zijn stellingen onweerlegbaar waren.
-
De dood is het onweerlegbaar bewijs van de absurditeit van het leven.
-
Wat te bewijzen is, is ook te weerleggen. Daarom moet men van elk bewijzen afzien. Grond u op overtuiging, dan staat gij stevig, want deze is onbewijsbaar, dus onweerlegbaar.
