Citaten 131 t/m 140 van 299.
-
Ik ben opgegroeid in Wenen, de tweeduizend jaar oude supranationale metropool, en heb die als een misdadiger moeten verlaten voordat zij gedegradeerd werd tot een Duitse provinciestad.
-
In de oude tijd hadden we houten miskelken en gouden priesters, maar nu hebben we houten priesters en gouden miskelken.
-
Kinderen zijn de doden van gisteren, en oude mensen zijn de doden van morgen, die trouwens weer kinds worden, waarmee de cirkel weer rond is.
-
Laat anderen de goede oude tijd vereren; ik prijs mij gelukkig dat ik in deze tijd leef, die zo goed past bij mijn aard.
-
Menige rimpel is op mijn gezicht gekomen, en met moede hand geef ik thans de strijd op. En nu ik opgehouden heb jong te zijn, zeggen de mensen; ik ben de oude niet meer.
-
Musea hebben wel degelijk nut. Waar zouden we anders die oude rommel moeten bewaren?
-
Niemand houdt zoveel van het leven als een oude man.
-
Niets doen is het geluk van kinderen en de pech van oude mensen.
-
Niets schadelijker voor een nieuwe waarheid dan een oude dwaling.
-
Om nergens meer in te geloven, mijn vriend, moet je heel wat hebben gezien. Waar wil je dat ik naar toe ga? Kijk naar die oude uitgerookte stad; er zijn geen plekken, geen straten, geen stegen waar ik niet dertig keer heb rond gezworven; er zijn geen straatstenen waar ik niet mijn hakken aan gesleten heb, geen huizen waarvan ik niet weet van welk meisje of van welke oude vrouw het domme hoofd is dat zich eeuwig achter het raam aftekent; ik zou niet weten hoe ik een stap zet zonder over mijn stappen van gisteren te lopen; mijn lieve vriend, deze stad is nog niets vergeleken met mijn brein.