Citaten 51 t/m 60 van 148.
-
Niets is schoner dan de jeugd, niets verfoeilijker dan de ouderdom.
-
Ouderdom is het meest onverwachte van alles dat een mens kan overkomen.
-
Zij die hun medemensen niet beminnen leven een onvruchtbaar leven, en bereiden voor hun ouderdom een ellendig graf.
-
De jeugd is een blunder; de volwassenheid een strijd; de ouderdom een spijt.
-
De ouderdom verheldert of versteent.
-
In de ouderdom is er geen schonere troost, dan dat men de gehele kracht zijner jeugd in werken heeft neergelegd, die niet mede oud worden.
-
In die tijd gaf ouderdom een waardigheid; heden is ze een last.
-
Jonge mensen doen gauw beledigingen aan en vergeten ze ook spoedig; de ouderdom is langzaam in beide.
-
Wie een eervolle en behaaglijke ouderdom wil hebben, moet, als hij jong is, bedenken dat hij eens oud zal worden, en als hij oud is, zich herinneren, dat hij eens jong is geweest.
-
De dood is niet slecht, want het bevrijdt de mens van al het kwaad, en samen met zijn lichaam van zijn verlangens. De ouderdom is het grootste kwaad, want het ontneemt de mens van alle genoegens, waaronder eetlust; en brengt kwaaltjes met zich mee. Niettemin vrezen de mensen de dood en verlangen ze naar ouderdom.