Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Het argument dat weerstand tegen de oorlog strikt geweldloos moet blijven, lijkt mij overweldigend.
-
Op dat moment van zijn leven was hij aangeland, toen hij, in steeds heviger mate, werd overvallen door een vraag die zo overweldigend eenvoudig was dat hij hem niet onder ogen durfde te zien. Hij merkte dat hij zich afvroeg of zijn leven wel de moeite waard was geweest.
-
Ambitie: een overweldigend verlangen om door vijanden belasterd te worden wanneer ze leven en door vrienden belachelijk gemaakt te worden wanneer ze dood zijn.
-
Ze had geen andere reden om in mij geïnteresseerd te zijn dan ikzelf: dat was wat overweldigend was.

