Citaten 21 t/m 30 van 41.
-
Politicus zijn, dat is een beroep waar het nuttiger is om relaties te hebben dan spijt.
-
Een oprecht politicus is iemand die als hij eenmaal omgekocht is, ook omgekocht blijft.
-
Een politicus laten praten over zijn plannen en zijn programma is als een ober vragen of het menu goed is.
-
Niet hij die staatkundige theorieën onderwijst is een politicus maar alleen hij, die in een gegeven geval op juiste wijze het mogelijke tot stand brengt.
-
Om een slechte zaak te leiden moet men een goed politicus zijn.
-
Een politicus is een dier dat kan zitten op een hek en toch beide oren op de grond kan houden.
-
Een politicus verdeelt de mensheid in twee categorieën: werktuigen en vijanden. Dat betekent dat hij selects één categorie kent: vijanden.
-
Iedere politicus die alleen kan worden verkozen door Amerikanen tegen andere Amerikanen op te zetten, is te gevaarlijk om verkozen te worden.
-
Politicus zijn is een slecht beroep. Ambtenaar zijn is een nobel beroep.
-
De staatsman scheert de schapen, de politicus vilt ze.