Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eieren zo groot
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
schoon zijn vader 't hem verbood. -
Geest moet groeien als vingers; indien ze van anderen wordt genomen lijkt ze op pruimen die men op zwarte doornen steekt; ze prijken er een tijdje, maar verschrompelen dan.
-
Levenskunst bestaat voor negentig procent uit de kunst het klaar te spelen met mensen die men niet pruimen kan.
-
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
en niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
ongehoorzaam wezen? Neen.

