Citaten 41 t/m 50 van 110.
-
Een artiest, die zich afvraagt : 'wat vreet het publiek?', kan beter een aardappelhandel beginnen.
-
Een criticus moet zijn publiek opvoeden; een kunstenaar moet de criticus opvoeden.
-
Er is geen lager, laffer, dommer, meelijwekkender, afgunstiger, boosaardiger, jaloerser, ondankbaarder dier dan het grote publiek. Het is de ergste van alle lafaards want het is bang van zichzelf.
-
God is een komiek, die speelt voor een publiek dat te bang is om te lachen.
-
Het gewone publiek houdt alleen van het nieuwe, speciaal in de gehele kunst en poëzie.
-
Het publiek wil eerlijkheid van hun politici. Geen opzichtige trucs.
-
Iedereen heeft zijn eigen schouwburg, waarin hij regisseur, acteur, souffleur, schrijver, decorschilder, suppoost en portier tegelijk is, en nog publiek op de koop toe.
-
Is het niet zonderling, dat men het publiek, hetwelk ons prijst, steeds voor een bevoegd rechter houdt; maar het, zodra het ons laakt, voor onbekwaam verklaart om over werken van de geest te oordelen.