Citaten 21 t/m 30 van 32.
-
En ik dring er op aan alsjeblieft op te merken wanneer je gelukkig bent, en op bepaald moment uit te roepen of te murmelen of te denken: 'Als dit niet leuk is, weet ik het ook niet meer.
-
Er gaat niets boven een geur om herinneringen op te roepen.
-
Hij kan met recht onder de weldoeners der mensheid worden gerekend, die de grote levensregels weet samen te vatten in korte spreuken, die zich gemakkelijk in het geheugen prenten en die men, door er vaak aan te denken, leren kan vanzelf voor de geest te roepen.
-
Onzekerheid en twijfel over de grenzen van een talent roepen meer eerbied op dan een juist inzicht erin, hoe veelomvattend iemands gaven ook mogen zijn.
-
Wanneer men 'brand' hoort roepen, moet men beginnen zijn verstand kwijt te raken.
-
De kracht van de dichter is het ongehoorde en nooit geziene als een werkelijkheid in het werkelijke op te roepen en mensen mee te slepen.
-
Ik wil echt dat het Congres zijn werk doet, de constitutionele macht die ze hebben, om een keizerlijk presidentschap een halt toe te roepen, om deze fundamentele transformatie van Amerika die ons op dit moment tot een onherkenbare puinhoop van een natie maakt, een halt toe te roepen.
-
Nog hoor ik hem roepen: ‘Meubelmakers
noemt zich dat! Nou, bij mij zouden jullie
nog geen plank voor een strontkar
glad mogen schaven!’ - Ja, meneer,
dat waren andere tijden. -
Sommige mensen verdrinken liever dan om hulp te roepen.
-
De filosofen Camus en Sartre roepen de vraag op of een man al dan niet zichzelf kan veroordelen.