Citaten 41 t/m 50 van 67.
-
Niets bevlekt en niets wast schoon gelijk bloed.
-
Om het leven schoon te vinden als een droom, moet men werken, niet slapen.
-
Schoon eigenliefde en eigenhaat, de bron zijn van heel veel kwaad, wordt, waar zelfs de eigenliefde ontbreekt, toch wel het ergste kwaad gekweekt.
-
Schoon zijt gij, dat weet ge helaas al te zeer. O, wist gij het minder, dan waart ge het meer.
-
Zelfverloochening is schoon, maar zij mag geen zelfvernietiging worden.
-
De schilder schildert eigenlijk met zijn oog. Zijn kunst is de kunst om regelmatig en schoon te zien.
-
De waarnemer in de mens is als een microscoop. Wanneer wij de stelschroef een beetje verder draaien, komt telkens weer een diepe wereld te zien. Als wij clair-voyant zijn ingesteld, zien wij de gehele wereld - ja het wereldruim als een vervaarlijk en schoon mysterie.
-
Een schoon ding sterft niet zonder iets gelouterd te hebben.
-
Een schoon einde heeft hij, die sterft terwijl hij vurig bemint.
-
Geen enkele vrouw, ook al doet ze alsof, is ongevoelig voor lichamelijk schoon en voor roem.