Citaten 1 t/m 10 van 273.
-
De zogenaamde paradoxen van een schrijver, waaraan een lezer aanstoot neemt, bevinden zich vaak helemaal niet in het boek, maar in het hoofd van de lezer.
-
Ik heb tot nog toe achttien keer een boek geschreven, maar ik heb veel vaker géén boek geschreven. Het is een rotgevoel om als je een schrijver bent, te beseffen dat je volop bezig bent geen boek te schrijven.
-
Een boek gaat over wat je er zelf uithaalt. Niet over wat de schrijver belangrijk vindt.
-
Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben. De lezer is niet de toeschouwer van een toneelstuk, maar de akteur die alle rollen uitbeeldt. De lectuur is zijn hoogst eigen creatie. De schrijver levert tekst maar een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.
-
Een schrijver moet in zijn boek zijn zoals de politie in een stad: overal en toch nergens.
-
In het theater is niemand onbelangrijker dan de schrijver van het stuk.
-
Schrijvers gaan niet met pensioen. Ik zal altijd een schrijver blijven.
-
Er zijn mensen die hun boeken in hun boekenkast zetten, maar een schrijver zet zijn boekenkast in zijn boeken.
-
Grote genieën zijn eigenlijk niet in staat om een boek te lezen: tijdens het lezen vormen zij meer zichzelf dan dat zij de schrijver verstaan.
-
De autobiografie van de schrijver is niet de weergave van werkelijk (of waarlijk) door hemzelf 'beleefde' gebeurtenissen, maar is zijn werk zèlf.









