Citaten 261 t/m 270 van 273.
-
Wie in deze tijd als schrijver vandaag een utopische roman opzet is niet meer zeker of hij hem morgen niet verder schrijven moet als reportage.
-
Wie te veel lacht, heeft de aard van een dwaas; wie nimmer lacht heeft de aard van een oude kat.
-
Wij leren eigenlijk slechts uit die boeken, welke wij niet kunnen beoordelen. Konden wij dat wel, dan moest de schrijver bij ons in de leer gaan.
-
De enige verantwoordelijkheid van de schrijver is die voor zijn kunst. Als hij daarvoor zijn moeder moet beroven, moet hij niet aarzelen; de 'Ode aan een Griekse Urn' is het doet er niet toe hoeveel oude dames waard.
-
Een autobiograaf is een schrijver die tegen zichzelf procedeert, en zijn materieel zit in een lange donkere tunnel.
-
Een krant is een lange brief die de schrijver aan zichzelf richt, en het meest verwonderlijke is nog dat hij zichzelf van zijn eigen nieuws voorziet.
-
Een schrijver behoeft zich niet aan voorschriften gebonden te achten, maar de criticus is niet vrij, want hij vertegenwoordigt het artistieke geweten van de gemeenschap.
-
Lieden met aanleg voor vervolgingswaanzin moeten nooit schrijver worden.
-
Slechts één soort van criticus is achtenswaardig: die, welke tot de schrijver zegt: ziehier wat gij gewild hebt, laat mij thans zien in welke verhouding dat staat tot wat gij bereikt hebt.
-
Van een schrijver is elk geheim van zijn ziel, elke ervaring in zijn leven, elk kenmerk van zijn geest uitgebreid in zijn werken beschreven.