Citaten 1 t/m 10 van 10.
-
De bij en de slang zuigen vaak honing uit één en dezelfde bloem.
-
Een utopist ziet het paradijs, een realist het paradijs plus slang.
-
Adams eerste huisdier na de zondeval was een slang.
-
Een paradox is een staart die zijn eigen slang opeet.
-
Een mens is afhankelijk van zijn medemens als een slang van zijn huid of een krekel van zijn vleugels.
-
Indien de laster een slang is, dan is het een gevleugelde, zij vliegt zowel als kruipt.
-
Voor blinde is een krans een slang.
-
Er was eens een arme slang die al zijn huiden verzamelde. Dat was de mens.




