Citaten 21 t/m 30 van 32.
-
Wat zijn de mensen toch onredelijk: ze tellen de tijd in weken. Dat hebben de joden ingevoerd, omdat hun rabbi zich eens in de week wast.
-
We waren van plan de kaarsjes op zijn verjaardagstaart te tellen, maar de hitte hield ons tegen.
-
Wie zijn zweetdruppels telt, zal nooit zijn geld tellen.
-
Wij tellen naar veranderingen en gebeurtenissen binnen in ons, niet meer in jaren.
-
Als men de waarheid zoekt, moet men geen stemmen tellen.
-
De heelheid van een wezen wordt niet verkregen door alles bijeen te tellen. Het is onmogelijk om een geheel bestaan op te delen in fragmenten.
-
Golf spreekt de idioot en het kind in ons aan. Hoe kinderlijk golfspelers worden, wordt bewezen door hun veelvuldig onvermogen verder dan vijf te tellen.
-
In tijden van politieke crisis heeft men slechts overtuigingen; de deugden tellen niet.
-
Voor vrouwen zijn de jaren met kinderen zoals oorlogsjaren voor mannen: ze tellen dubbel.
-
We tellen onze voorouders als we zelf niet meer meetellen.