Citaten 121 t/m 130 van 134.
-
Hij is geen man die, waar het grotere verkregen kan worden, zich met het kleinere tevreden stelt.
-
Hij is tevreden met zichzelf. Als je een ziel hebt, kun je niet tevreden zijn.
-
Iemand schrijft eigenlijk slechts voor een gehoor van ongeveer tien personen. Natuurlijk, als nog meer het leuk vinden, is dat duidelijk winst. Maar als die tien tevreden zijn, is hij tevreden.
-
Ik ben tevreden; dat is een zegen groter dan rijkdom; en hij aan wie dat wordt gegeven, heeft verder geen wensen meer.
-
Ik schrijf niet gemakkelijk en ben ook nooit tevreden met wat ik schrijf. En dus herschrijf ik.
-
Je kan niet iedereen én je vader tevreden stellen.
-
Je kunt nog eerder iedereen rijk maken, dan iedereen tevreden maken.
-
Stel u er niet mee tevreden dat ge in het algemeen deugdzaam zijt: want als één schakel ontbreekt, is de keten stuk.
-
Wat zijn hun gedachtes voor jou of mij, zolang we tevreden zijn met onszelf - en met elkaar.