Citaten 21 t/m 30 van 171.
-
Een belediging, die men veracht, valt vanzelf; wordt men er boos om, dan geeft men haar kracht.
-
Elke overtuiging staat of valt met de onwrikbaarheid waarmee zij beleden wordt.
-
Een monnik vroeg aan zijn leermeester: 'Wat is de weg?' De meester antwoordde: 'Eens mens die met open ogen in een bron valt.'
-
Elke keer als een kind zegt 'ik geloof niet in feeën' valt ergens een kleine fee dood neer.
-
Als je iets moeilijk vindt, overweeg dan of het voor iemand anders mogelijk zou zijn om het te doen. Want je kunt alles bereiken wat binnen de menselijke mogelijkheden valt.
-
Gehechtheid aan dingen valt vanzelf weg, als je niet meer probeert jezelf te vinden in dingen.
-
Er valt op deze wereld niets te lachen, maar als je daar nu maar van uitgaat, valt er nog een hoop te lachen.
-
Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield. -
Met iemand die door een denkbeeld bezeten is valt niet te praten.
-
Het enige wat niet bij meerderheid van stemmen te regelen valt, is het geweten.