Citaten 1 t/m 10 van 40.
-
Vleierij en glad van tong zijn, wijzen zelden op een oprecht mens.
-
Dat de oren der mensen doof moeten zijn voor goede raad, en niet voor vleierij.
-
Aan het manna der erkenning hebben wij niet genoeg; wij verlangen het gif der vleierij.
-
De mensen zijn uitentreuren gewaarschuwd dat vleierij gemeen en schadelijk is, maar dat heeft niets geholpen. De vleier vindt altijd een zwak plekje in het hart van zijn naaste.
-
Al maakt vleierij zich groot als een berg, de eigenliefde slikt haar als een mosterdzaadje.
-
Van vleierij en kruiperij geniet ik nooit met graagte; behandel mij uit de hoogte niet, maar ook niet uit de laagte.
-
Vleierij bederft zowel de ontvanger als de gever.
-
Vleierij bewerkt dat ieder behagen schept in zichzelf, wat toch zeker zeer veel bijdraagt tot het levensgeluk.






