Citaten 1 t/m 4 van 4.
-
Ware voornaamheid is even bescheiden als ware bescheidenheid voornaam.
-
Wie in een debat zijn ongelijk weet te bekennen, geeft een bewijs van geestelijke voornaamheid.
-
Wij koesteren jegens de aanzienlijken en jegens de hooggestelden een onvruchtbare naijver en een onmachtige haat, die ons geenszins schadeloos stelt voor hun voornaamheid en verhevenheid, en die alleen dan aan onze eigen ellende het ondraaglijk gewicht toevoegt van het geluk van anderen.
-
De aanzienlijken verachten de mensen van geest, die niets hebben dan hun geest; de mensen van geest minachten de aanzienlijken, die niets hebben dan hun voornaamheid.