Citaten 221 t/m 230 van 237.
-
Vraag: Wat is het tegenovergestelde van geloof?
Niet ongeloof. Te definitief, te vaststaand, afgerond. Een soort geloof op zich.
Twijfel. -
Waartoe bestaan wij? Om te bestaan en omdat wij bestaan. De armoede van dit antwoord bewijst het nutteloze van deze vraag.
-
Wanneer de miljoenen u toejuichen, vraag uzelf dan serieus af wat voor kwaad u hebt aangericht; als ze u censureren, vraag uzelf dan af wat u juist gedaan hebt.
-
We zijn allemaal bang. Het verschil ligt in de vraag waarvoor.
-
Wil je weten: wat is het leven, vraag jezelf dan: wat is de dood?
-
Wilt gij nauwkeurig weten wat behoort, zo vraag het slechts aan edele vrouwen.
-
Als er een boek uitkomt, vraag ik me af of één persoon het zal kopen. Het is een kwelling. Natuurlijk is het stom, maar het is een kwelling.
-
Bij de beoordeling van alle schrijvers moet men zich de vraag stellen, of iemand met weinig woorden vele gedachten, of met vele woorden weinig gedachten uitdrukt.
-
De enige vraag is of je het vandaag of morgen gaat doen. Als je blijft zeggen dat je het morgen gaat doen, zul je het nooit doen. Je moet er vandaag mee aan de slag.