Citaten 11 t/m 20 van 78.
-
Een krekel kent de zomer, maar lente en herfst zijn hem vreemd. De zon kent geen nacht.
-
Voor niets krijgen we zoveel voorbereidingstijd als voor de dood. Is het dan niet vreemd dat vrijwel niemand er op voorbereid is?
-
De mens vindt zichzelf het meest terug in aarde en materie. Geest is hem vreemd: hij is bang voor spoken.
-
Een vreemd woord is als een onscherpe foto.
-
Alleen de mens is voor zichzelf zwaar te dragen! Dat komt, omdat hij te veel wat hem vreemd is, op zijn schouders torst. Als de kameel, zo knielt hij neder en laat zich opladen, braaf.
-
Gods kinderen zijn heel lief, maar zeer vreemd, erg aardig, maar zeer bekrompen.
-
Het is vreemd dat de jaren ons geduld leren; hoe korter onze tijd, hoe groter ons vermogen te wachten.
-
Ik voor mij ben stelliger dan ooit van mening, dat het van tevoren verwerpen en niet willen onderzoeken van onbekende en vreemd schijnende dingen de grootste vijand van wetenschappelijke vooruitgang is