Citaten 31 t/m 40 van 75.
-
Van mijn hond heeft u niets te vrezen. Hij is er alleen maar om u bang te maken.
-
Wie de waarheid in het hart heeft, hoeft nooit te vrezen dat zijn tong te weinig overtuigingskracht zal hebben.
-
Wij Duitsers vrezen God en anders niets ter wereld.
-
Achterdochtige mensen leren de anderen beoordelen naar wat ze zelf zijn; zij vrezen zichzelf in de anderen.
-
De dief die je het meest moet vrezen, is niet degene die enkel dingen steelt.
-
De ganse geschiedenis van het Christendom bewijst, dat het weinig te vrezen heeft van vervolging als een vijand, doch veel van vervolging als een bondgenoot.
-
Er is niets te vrezen van iemand die schreeuwt.
-
Er zijn mensen waarvan men niet moet zeggen dat zij God vrezen, maar wel dat zij bang voor Hem zijn.