Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
Hij, die denkt, staat in het leven eenzaam, als een wachter op een vuurtoren.
-
Want het zou belachelijk zijn, zei hij, wanneer de wachter zelf ook een wachter nodig had.
-
Tevredenheid was zijn rijkdom en armoede zijn wachter.
