Citaten 1 t/m 3 van 3.
-
Er ligt een steen in een rivier; een stuk hout klemt zich er tegenaan; dode bladeren, ronddrijvende boomstammen en met modder aangekoekte takken stapelen zich op; onkruid begint te groeien en al snel hebben vogels een nest gemaakt en voeden ze hun jongen tussen de bloeiende waterplanten. Dan stijgt de rivier en wordt de grond weer weggespoeld. De vogels vertrekken, de bloemen verdorren, de takken worden losgerukt en spoelen weg; er is geen spoor meer over van het drijvende eiland, enkel nog een in het water ondergedompelde steen; - zo is onze persoonlijkheid.
-
Verdriet scherpt de zintuigen; nadat de tranen de vervaagde sporen van herinneringen hebben weggespoeld, lijkt alles er beter uit te zien.
