Citaten 271 t/m 280 van 732.
-
Hoe zou iemand die de toekomst niet kent de betekenis van het heden kunnen begrijpen. Als we niet weten naar welke toekomst het heden ons brengt, hoe zouden we dan kunnen zeggen dat dat heden goed of slecht is, dat het onze instemming, ons wantrouwen of onze haat verdient?
-
Ik ben een schrijver. Je voor de geest halen wat iemand zou zeggen of doen, komt net zo vanzelfsprekend als ademhalen.
-
Ik ben ervan overtuigd dat binnen niet al te lange tijd, laat ons zeggen, binnen een eeuw, er geen romans meer zullen worden geschreven.
-
Ik kwam tot de conclusie dat overspel er is om gepleegd te worden. Ik vermoed dat ik nooit een sul heb gehad die zich uitsluitend aan mijn verering wijdde, en zelf ben ik ook vaak verleid door het fruit van een ander, hoewel ik er wel eerlijk bij moet zeggen dat ik van mijn eigen (theoretisch uitstekend onderbouwde) buitenechtelijk biologieles nooit een blijvende natte plek in mijn pyjamabroek overhield, maar dat ik van het overspel van mijn vriendjes doodverlangend bedroefd kon zijn, zelfs bijna - of beter juíst - als ze me bezwoeren dat het neuken van een vreemde vrouw 'niets voorstelde'. Als het niets voorstelde, vroeg ik me dan altijd hysterisch schreeuwend af, waarom deed je het dan, onmens?!
-
Ik voel dat ik in mijn muziek een rebel kan zijn. Ik kan dingen zeggen die ik niet zou zeggen in het echte leven.
-
Ik wandel steeds in raadselen. Er komen telkens jongelui die zeggen; 'u maakt ook opart'. Ik weet helemaal niet wat dat is, opart. Dit werk maak ik al dertig jaar.
-
In de moraal, evenals in de kunst, is zeggen niets, doen alles.
-
Inspraak: modewoord om mensen die niets weten, niets kennen en niets te zeggen hebben de illusie te geven dat zij meetellen.
-
Je moet niet gaan slapen zonder te kunnen zeggen dat je die dag iets hebt geleerd.
-
Je moet waarachtig Hollander zijn om te zeggen en te schrijven dat het leger gedemocratiseerd moet worden, dat wil zeggen dat voortaan de cirkels vierkant moeten zijn.