Citaten 561 t/m 570 van 732.
-
Een gouden regel tijdens een gesprek is nooit dat te zeggen waarvan iemand in het gezelschap redelijkerwijs kan wensen dat het onuitgesproken bleef.
-
Een man kan zeggen: vanaf nu ga ik de waarheid spreken. Maar de waarheid hoort hem en rent weg en verbergt zich nog voordat hij klaar is met praten.
-
Een vraag komt altijd overeen met een methode van vinden, of men zou kunnen zeggen: een vraag wijst naar een methode van zoeken.
-
Eens voor al, het woordje: is, gebruik ik tot verkorting van "zou misschien, als ik me niet bedrieg, en u waarschuwende tegen mijn neiging tot scheef zien, kunnen wezen".
't Is mijn plicht u dit te zeggen. Maar uw plicht is te zorgen dat ge uw eigen neiging tot scheef zien niet vergeet. -
Eens zei men God, wanneer men over verre zeeën uitzag; nu echter leerde ik u zeggen: Übermensch.
-
Elke dag worden we iets veranderd wakker, en de persoon die we gisteren waren is dood. Dus waarom, zou je kunnen zeggen, zou je bang zijn voor de dood, als de dood al de hele tijd komt?
-
Elke keer dat we niet zeggen wat we willen zeggen, gaan we een beetje dood.
-
En wat is een boek waar niets meer op te zeggen valt? Het is dood of volmaakt, in beide gevallen oninteressant.
-
Er is altijd de mogelijkheid om emotioneel lui te zijn, dat wil zeggen, te citeren.
-
Er is slechts één god, en zijn naam is Dood. En er is maar één ding dat we zeggen tegen Dood: "Niet vandaag."