Citaten 1801 t/m 1810 van 2085.
-
Ik haat acteurs. Ze gedragen zich nooit als mensen. Ze denken alleen dat ze dat doen.
-
Ik heb er in mijn leven een regel van gemaakt om nooit spijt te hebben en nooit achterom te kijken. Spijt is een verschrikkelijke verspilling van energie, en niemand die van plan is schrijver te worden, kan het zich veroorloven eraan toe te geven.
-
Ik heb nooit medelijden met verwaande mensen; zij dragen hun troost bij zich.
-
Ik houd mij er verre van te zeggen dat deze verhandeling gemakkelijk zal zijn; het onderwerp is moeilijk, zoals iedereen weet die geprobeerd heeft zich erin te verdiepen.
-
Ik stel me voor dat er mensen zijn die bidden met hun ogen nar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn er ook die het hoofd buigen en in de handen verbergen, ik denk dat die God binnen in zich zoeken.
-
Immers, dat een zaak zich in het verstand bevindt, is niet hetzelfde als begrijpen dat deze zaak in de werkelijkheid bestaat.
-
In al mijn romans bevindt zich een gevoel dat niets zeker is.
-
In de hoge bergen is er geen plaats voor het fantastische, omdat de werkelijkheid op zich mooier is dan wat de mens zich maar kan voorstellen.
-
In de roman zoekt de ziel zich in vrijheid uit te drukken, zich te herkennen, zich te bevestigen. Wat daarbuiten ligt is minder wezenlijk.
-
In de toekomst zal de utopie zich moeten haasten wil het de realiteit inhalen.