Citaten 1841 t/m 1850 van 2085.
-
Men moet zo weten te schrijven, dat de lezer zich verbeeldt dat de gedachten bij hemzelf zijn opgekomen.
-
Men ontmoet als schrijver vaak partijdigheid, ja vijandschap, van een recensent, die zich daar met het beste geweten onschuldig aan kan verklaren. Want deze dingen hebben hun bronnen in diepten, die hem zelf vaak verborgen blijven, en waarin hij, mocht hij ze vermoeden, op goede gronden schuwen mag af te dalen.
-
Men prijst veel in theorie, wat men in de praktijk afkeurt, evenals men veel in de praktijk huldigt, waarover men in theorie zich verontwaardigd.
-
Men vergeet de afkomst van een parvenu als hij zich die herinnert; men herinnert zich zijn afkomst, als hij haar vergeet.
-
Men verveelt zich bijna altijd in gezelschap van degenen, die wij vervelen.
-
Men vindt zich geestiger als men denkt aan wat men had kunnen zeggen, dan wanneer men terugdenkt aan wat men gezegd heeft.
-
Menig schrijver zou zich graag kort en bondig uitdrukken, maar daarvoor is zijn gezin te groot en zijn honorarium te klein.
-
Menigeen houdt zich voor fijnbesnaard, omdat hij licht ontstemd is.
-
Menigeen kan niet goed zien, dat een ander zich veel wenst.