Citaten 1 t/m 10 van 23.
-
Zomer: de periode waarin het te warm is om te doen waarvoor het in de winter te koud was.
-
Midden in de winter begreep ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer huisde.
-
Eén zwaluw maakt nog geen zomer, net zo min als één mooie dag of korte tijd van gelukzaligheid iemand een gelukkig mens kunnen maken.
-
Hij is leraar en het enige voordeel van dit zenuwslopende vak is dat je het in de zomer hele lange tijd niet hoeft te zijn.
-
Liefde zonder angst en schroom is vuur zonder vlammen en hitte, dag zonder zon, kam zonder honing, zomer zonder bloemen, winter zonder vorst, hemel zonder maan, een boek zonder letters.
-
Wat de lente niet zaaide,
kan de zomer niet rijpen,
de herfst niet oogsten
de winter niet genieten. -
Het was een van die maartse dagen waarop de zon al warm schijnt en de wind nog koud waait - als het zomer is in het licht en winter in de schaduw.
-
Een krekel kent de zomer, maar lente en herfst zijn hem vreemd. De zon kent geen nacht.
-
Als je in de zomer ergens licht ziet branden zal er wel niemand thuis zijn.
-
In de zomer overlijden er minder mensen omdat de meesten dan met vakantie zijn.









