Citaten 1 t/m 10 van 18.
-
Liefde verkwikt als zonneschijn na regen.
-
Doch onze noordse mei, helaas, is arm aan zonneschijn, hij kan zo koud, zo droef, zo guur, hij kan November zijn.
-
Ik dacht dat twee schildersdoeken genoeg zou zijn; één voor het weer met wolken, en één voor het weer met zonneschijn. Maar al gauw nadat ik het zonnige moment begon te registreren veranderde het licht; daardoor waren twee doeken niet meer voldoende om een waarachtige impressie van de natuur neer te zetten.
-
Om gelukkig te zijn moet u uw eigen zonneschijn zijn.
-
Wat niets aards kan geven of vernielen, de stille zonneschijn der ziel, en de vreugde des harten, dat is de beloning der deugd.
-
Een goede gelijkenis is de zonneschijn der wijsheid.
-
Geen schaduw, geen zonneschijn, geen vlinders, geen bijen, geen fruit, geen bloemen, geen bladeren, geen vogels - november!
-
Ook Zeus brengt nu eens zonneschijn, dan weer regen.
-
Veranderingen kunnen, net als zonneschijn, een vriend of een vijand zijn, een zegen of een vloek, een dageraad of een avondschemering.
-
Goede dagen moeten worden verzameld als de zonneschijn in druiven, geperst en in flessen wijn gestopt, bewaard om te rijpen zodat men later op zijn gemak naast de haard gezeten ervan kan drinken.







