Citaten uit Het museum van de onschuld van Orhan Pamuk

Het museum van de onschuld - Orhan Pamuk

Het museum van de onschuld vertelt over de decennialange, obsessieve liefde van de rijke Kemal voor de jonge Füsun in het Istanbul van de jaren zeventig. Het boek is uniek en wereldberoemd omdat auteur Orhan Pamuk in Istanbul een daadwerkelijk museum heeft opgericht met de objecten uit de roman, waardoor fictie en realiteit op een bijzondere manier samensmelten. Dit meesterwerk wordt geprezen om zijn melancholische kracht en de fijnzinnige manier waarop het menselijk verlangen en de Turkse cultuurhistorie verweeft.


Bestel dit boek bij bol.com
alle citaten van Orhan Pamuk

  • Honden kunnen wel spreken, maar alleen tegen mensen die weten hoe ze moeten luisteren.
  • We zijn niet dom! We zijn gewoon arm! En we hebben het recht dit onderscheid te benadrukken.
  • Geluk is iemand in je armen houden en weten dat je de hele wereld vasthoudt.
  • Ik wil geen boom zijn; Ik wil de betekenis ervan zijn.
  • Echte musea zijn plekken waar Tijd getransformeerd wordt in Ruimte.
  • Mensen vertellen alleen leugens wanneer er iets is waar ze vreselijk bang voor zijn het te verliezen.
+3

Citaten 1 t/m 4 van 4.

  • Echte musea zijn plekken waar Tijd getransformeerd wordt in Ruimte.
    Het museum van de onschuld
    Orhan Pamuk
    - +
    +1
  • Immers, een vrouw die niet van katten houdt zal nooit een man blij maken.
    Het museum van de onschuld
    Orhan Pamuk
    - +
    +1
  • Mensen vertellen alleen leugens wanneer er iets is waar ze vreselijk bang voor zijn het te verliezen.
    Het museum van de onschuld
    Orhan Pamuk
    - +
    +1
  • Zoals altijd na te veel gedronken te hebben, voelde het alsof mijn eigen geest de eerste solo-wandeling buiten het lichaam probeerde te maken.
    Het museum van de onschuld
    Orhan Pamuk
    - +
    +1
De beste Het museum van de onschuld van Orhan Pamuk citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net.

Bekijk alle citaten van Orhan Pamuk

Boeken van Orhan Pamuk: