Ferdinand Bordewijk
Nederlands schrijver
Leefde van: 1884 - 1965
Categorie: Schrijvers (Nederlands) | Schrijvers (Hedendaags) Land:
Nederland
Geboren: 10 oktober 1884 Gestorven: 28 april 1965
Over Ferdinand Bordewijk
Ferdinand Bordewijk (Amsterdam, 10 oktober 1884 – Den Haag, 28 april 1965), auteursnaam F. Bordewijk, was een Nederlands schrijver van romans, novellen, toneel, prozagedichten, parodieën, grafredes en kritieken. Zijn beroep was advocaat.
Hij is vooral bekend van het trio korte werken Blokken (1931), Knorrende beesten (1933) en Bint (1934), en van de roman Karakter (1938), welke laatste in 1997 door Mike van Diem verfilmd werd. Zelf vond Bordewijk de roman Noorderlicht (1948) zijn beste boek.
Hij ontving in 1953 de P.C. Hooft-prijs voor twee werken: de novellenbundel Studiën in volksstructuur (1951) en de roman De doopvont (1952).
De Vijverbergprijs van de Jan Campertstichting werd in 1979 omgedoopt tot Bordewijkprijs. F. Bordewijk geldt met Simon Vestdijk als de belangrijkste Nederlandse prozaïst van zijn generatie.
Bron Wikipedia
Boeken van Ferdinand Bordewijk
Bestel Ferdinand Bordewijk boeken bij bol.com:
Citaten 1 t/m 22 van 22.
-
De mensheid maakt haar tijden, het individu doet wat zijn tijd van hem eist.
― Ferdinand Bordewijk -
Gelukkig maar voor een ambtenaar dat er nog bijbanen op de wereld waren.
Bij gaslicht (1947)― Ferdinand Bordewijk -
Het individu had slechts één belang voor de Staat, zijn staatsgevaarlijkheid. Dan zag de Staat in hem een mens. Mens was voor de Staat gelijk aan vijand.
Blokken p. 16― Ferdinand Bordewijk -
Ik ben hoogst modern. De tijd is voorbij van gemoedelijkheid, van verbroedering. Dit geslacht is té bandeloos.
― Ferdinand Bordewijk -
Rotterdam vind ik ónze stad. Juist omdat ze niet speciaal Nederlands is. Amsterdam is onze nationale stad, Rotterdam onze internationale. Ik voel voor het internationale, daarom voel ik voor deze stad.
― Ferdinand Bordewijk -
Ik eis van de leraar dat hij zich niet inleeft in het kind, dat hij niet daalt. Ik eis van het kind dat het zich inleeft in de leraar, dat het klimt. Ik eis dat het zich inleeft in tien leraren. Ik eis dat het tienmaal gehoorzaamheid zal kennen, tienmaal tucht, dat het door tien volwassenen zal worden getuchtigd.
Bint (1949)― Ferdinand Bordewijk -
In de fabrieken kon men nog lang oud blijven, zeker, maar men bleef er niet lang jong.
― Ferdinand Bordewijk -
Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door.
― Ferdinand Bordewijk -
Mijn buurman heeft een grammofoon met jazzplaten, negerjazz. Ik luister altijd. Het is niet mooi, het is meer. Het is hortend, verscheurd, oer. Zo moet onze taal wezen. De welsprekendheid van de dood.
Bint (1949) p.100― Ferdinand Bordewijk -
Wij misbruiken onze taal steeds roekelozer. Wij prostitueren haar. Prostitutie is zedenbederf. Aan zedenbederf gaat een volk onder. Wij zijn op de helling. Als wij ons niet weten af te werken van de helling gaan wij onder aan onze taal, met onze taal.
Bint (1949) p.99― Ferdinand Bordewijk -
De mens is een onoverzichtelijk geheel, daarom stellen we ons tevreden met enkele facetten. Hadden we maar de ogen van een vlieg, die alle kanten tegelijk uitkijken.
― Ferdinand Bordewijk -
Jongens blijven jongens, de oermens breekt zich baan door het dikke pantser van eeuwen beschaving.
Het Eiberschild (1949)― Ferdinand Bordewijk -
Wie de stem van meneer de Gijs even hoorde kon zich niet voorstellen dat hij ooit honger zou kunnen lijden, want hij had een aardappel in zijn keel
Kelders en paleizen (1982)― Ferdinand Bordewijk -
Maar de grootste dingen die ons bestaan kenmerken laten zich niet in een hoek duwen, de liefde niet, het huwelijk, het gezin, de mislukking niet, noch de dood. Zij blijven onze daden richten.
― Ferdinand Bordewijk -
Ik ben eerst advocaat, dan schrijver.
― Ferdinand Bordewijk -
Hij was een van degenen die, als ze een blik in hun binnenste gunnen, bij ons de vraag doen rijzen: zou de heelalstructuur niet minder ingewikkeld zijn dan de menselijke, dan sommige menselijke althans?
Kelders en paleizen (1982)― Ferdinand Bordewijk -
Niet het proces is interessant, maar de mens, omdat hij zoiets vernuftigs als recht en rechtsgang heeft opgebouwd.
― Ferdinand Bordewijk -
Voor Amsterdam was de Jordaan één oproer en één fort. De Amsterdammer begreep de Jordaner niet, die zelden uit zijn buurt komt, soms niet uit zijn straat, wiens stad haar eigen plattegrond heeft, een stad in een stad.
De Wingerdrank (1937)― Ferdinand Bordewijk -
Jullie bent te groot voor iets kinderachtigs. Daarom, ik beschouw dit als vijandschap, twee stellige blijken van vijandschap. Jullie wilt oorlog. Het zal oorlog tussen ons zijn, zonder ophouden, het hele schooljaar door...
Bint (1949)― Ferdinand Bordewijk -
Het klonk ietwat prozaïsch na zijn diepzinnige beschouwingen, doch vrouwen bezitten niet die fijnheid van woordhantering.
Apollyon (1941)― Ferdinand Bordewijk -
De haat is een moeder. Ach, wat ligt een mens warm aan haar borst, en hoe heet is haar melk!
― Ferdinand Bordewijk -
De geestelijke ontwikkeling komt bij de vrouw later dan bij den man, niet de kamergeleerdheid, maar het wezenlijk karakter.
Apollyon (1941)― Ferdinand Bordewijk
Trefwoorden in deze citaten:
Vergelijkbare auteurs
-
Multatuli
Nederlands schrijver (ps. van Eduard Douwes Dekker) 202 -
Godfried Bomans
Nederlands schrijver 162 -
Jan Greshoff
Nederlands schrijver en letterkundige 134 -
Harry Mulisch
Nederlands schrijver 127 -
Jean de Boisson
Nederlands schrijver (ps. van C. Buddingh) 110 -
Simon Carmiggelt
Nederlands schrijver 97 -
Gerrit Komrij
Nederlands schrijver 90 -
Willem Frederik Hermans
Nederlands schrijver 73











Multatuli
Godfried Bomans
Jan Greshoff
Harry Mulisch
Jean de Boisson
Simon Carmiggelt
Gerrit Komrij
Willem Frederik Hermans