Citaten van Jacob Cats

Jacob Cats

Jacob Cats

Nederlands dichter, jurist en politicus

Leefde van: 1577 - 1660

Categorie: Politiek | Dichters (Nederlands) | Dichters (Hedendaags) Land: FlagNederland

Geboren: 10 november 1577 Gestorven: 12 september 1660

Over Jacob Cats

Jacob Cats (Brouwershaven, 10 november 1577 – Den Haag, 12 september 1660) was een Nederlands dichter, jurist en politicus. Cats is ook bekend als Vadertje Cats, vanwege zijn veelal didactische gedichten.

Na zijn studie vestigde hij zich in 1603 in Middelburg, waar hij een werkzame praktijk had, vooral in geschillen over de kaapvaart, en werd evenals Simon van Beaumont in december 1603 tot stadsadvocaat aangesteld.

Ooit behoorden de dichtwerken van Cats tot de meest gelezen boeken van Nederland. Het gewone volk bezat vaak niet meer dan twee boeken, te weten een Statenbijbel en een dichtwerk van Cats. Cats werd als volksdichter zelfs vergeleken met Homerus.

Bron Wikipedia

Boeken van Jacob Cats

  • Al draeght den aep een gouden ringh, soo is het doch een leelick dingh.
  • De nood die doet een oud wijf draven,
ook over sloot en over graven.
  • Het beste stuck huys-raet is een goet wijf.
  • Hij is niet arm die weinig heeft, maar die met veel begeren leeft.
  • Al is de leugen wonder snel, de waerheyt achterhaelt se wel.
  • Als apen hooghe klimme willen, Dan siet men eerst haer naeckte billen.
  • De deught, die wort dan eerst gevoet 
als sy haar kracht gebruycken moet; 
want sy is uyter aert gepast 
met hoogh beleyt en swaren last.
  • Een ander heeft altijt de schult. Geen mensch en siet z'n eigen bult.
  • Geen spies en maeckt so diepe wonden als achterklap en boose monden.
  • Al wat in 't bedde wordt gesproken, dient met de lakens toegeloken.
  • Het puntje van een gaeuwe pen is 't felste wapen dat ick ken.
  • De ziekte komt te post gereden, Maar gaat terug met ezelstreden.
  • Wie maar een boekje heeft gelezen, dat pleegt een neuswijs mens te wezen.
  • Een groot zeil op een klein schip, moet in de grond of op een klip.
  • Als de wijn gaet in den man,
Leyt de wijsheyt in de kan.
  • Wie geen lieve kinders heeft, weet voorwaar niet dat hij leeft.
  • De wereld is een wonderboek, het maakt zijn lezer wonder kloek, maar wie het zonder oordeel leest, die blijft, gelijk hij is geweest.
  • Een kleyne pot door weinig vuur die maeckt terstont een groot getier.
  • Een zwaard, een paard, een schone vrouw
Leent niemand uit als met berouw.
  • Dagen die lengen, 
dagen die strengen.
+17

Citaten 1 t/m 25 van 32.

  • Al draeght den aep een gouden ringh, soo is het doch een leelick dingh.
    Houwelick (1625) Al draagt de aap een gouden ring
    Jacob Cats
    - +
    +101
  • De nood die doet een oud wijf draven,
    ook over sloot en over graven.
    Jacob Cats
    - +
    +65
  • Het beste stuck huys-raet is een goet wijf.
    Jacob Cats
    - +
    +54
  • Hij is niet arm die weinig heeft, maar die met veel begeren leeft.
    Jacob Cats
    - +
    +44
  • Al is de leugen wonder snel, de waerheyt achterhaelt se wel.
    Jacob Cats
    - +
    +42
  • Als apen hooghe klimme willen, Dan siet men eerst haer naeckte billen.
    Jacob Cats
    - +
    +41
  • De deught, die wort dan eerst gevoet
    als sy haar kracht gebruycken moet;
    want sy is uyter aert gepast
    met hoogh beleyt en swaren last.
    Jacob Cats
    - +
    +39
  • Een ander heeft altijt de schult. Geen mensch en siet z'n eigen bult.
    Jacob Cats
    - +
    +37
  • Geen spies en maeckt so diepe wonden als achterklap en boose monden.
    Jacob Cats
    - +
    +37
  • Al wat in 't bedde wordt gesproken, dient met de lakens toegeloken.
    Jacob Cats
    - +
    +36
  • Het puntje van een gaeuwe pen is 't felste wapen dat ick ken.
    Jacob Cats
    - +
    +30
  • De ziekte komt te post gereden, Maar gaat terug met ezelstreden.
    Jacob Cats
    - +
    +16
  • Wie maar een boekje heeft gelezen, dat pleegt een neuswijs mens te wezen.
    Jacob Cats
    - +
    +16
  • Als de wijn gaet in den man,
    Leyt de wijsheyt in de kan.
    Jacob Cats
    - +
    +15
  • Een groot zeil op een klein schip, moet in de grond of op een klip.
    Jacob Cats
    - +
    +15
  • Wie geen lieve kinders heeft, weet voorwaar niet dat hij leeft.
    Jacob Cats
    - +
    +14
  • De wereld is een wonderboek, het maakt zijn lezer wonder kloek, maar wie het zonder oordeel leest, die blijft, gelijk hij is geweest.
    Jacob Cats
    - +
    +13
  • Een kleyne pot door weinig vuur die maeckt terstont een groot getier.
    Jacob Cats
    - +
    +10
  • Een zwaard, een paard, een schone vrouw
    Leent niemand uit als met berouw.
    Jacob Cats
    - +
    +10
  • Dagen die lengen,
    dagen die strengen.
    Jacob Cats
    - +
    +9
  • Jonge kinderen moeten spelen of van pijn en ziekte kwelen.
    Jacob Cats
    - +
    +9
  • Vuur, hoest, geld en hete min, En houdt men nooit ter degen in.
    Jacob Cats
    - +
    +9
  • Wanneer het water stille staet, wanneer de mensche ledigh gaet, wanneer het ijser rusten moet, niet een van de drie en blijfter goet.
    Jacob Cats
    - +
    +9
  • Wie twee hasen jaeght, vangt er veeltijts geen.
    Jacob Cats
    - +
    +9
  • Alle dingen kan men dragen, uitgezonderd goede dagen.
    Jacob Cats
    - +
    +8
De beste Jacob Cats citaten, wijsheden, quotes en uitspraken vindt u nu al ruim 25 jaar op citaten.net.

Vraag en antwoord

Wat zijn de beroemdste citaten van Jacob Cats?

De twee beroemdste citaten van Jacob Cats zijn:

  • "Al draeght den aep een gouden ringh, soo is het doch een leelick dingh."
  • "De nood die doet een oud wijf draven,
    ook over sloot en over graven."

Wat zijn beroemde boeken van Jacob Cats?

Een aantal beroemde boeken van Jacob Cats zijn "Doodkiste voor de Levendige", "Houwelick" en "Spiegel van den voorleden en tegenwoordigen tijt".

Wanneer leefde Jacob Cats?

Jacob Cats is geboren in 1577 en gestorven in het jaar 1660.