Marcus Aurelius

Marcus Aurelius

Romeins keizer

Leefde van: 121-180

Categorie: Politiek

Citaten: Marcus Aurelius

Citaten 1 t/m 10 van 74.

  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +410
    Het leven van een mens is wat zijn gedachten ervan maken.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +199
    Het geluk in uw leven hangt af van de aard uwer gedachten.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +123
    Vergeet dit nooit: Er is maar weinig nodig om gelukkig te kunnen leven.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +76
    Zoals een molensteen alle soorten graan kan vermalen, zo moet een sterke ziel in staat zijn alle gebeurtenissen te accepteren.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +68
    De beste manier om zich op iemand te wreken is niet op hem te gelijken.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +67
    De aanleiding van woede is vaak veel minder erg dan haar gevolgen.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +65
    Veracht de dood niet, maar aanvaard hem, daar ook hij een van de dingen is, die de natuur wil.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +61
    Leef niet alsof je nog duizenden jaren voor je hebt. Het noodlot zit je op de hielen. Neem het er goed van zolang leven en kracht tot je beschikking staan.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +48
    Denk meer aan wat je bezit dan aan wat je begeert.
  • Marcus Aurelius
    Marcus Aurelius
    - +
    +39
    Aanvaard de dingen waaraan het lot je heeft gebonden.heb alle mensen lief wie het lot jou samenbrengt, maar dan ook met heel je hart.

Citaten in werken van Marcus Aurelius

Over Marcus Aurelius

Marcus Aurelius is geboren op 20 april 121. Hij trouwde in 145 met de dochter van de latere keizer Pius. Zestien jaar later, in 161, werd hij zelf keizer. Zijn regeertijd wordt gekenmerkt door twee thema's. Ten eerste de toenemende dreiging van "barbaarse" volkeren in het noorden, en een grote betrokkenheid met zijn onderdanen, met name de armen. Zijn legioenen slaagden erin om de aanvallen van de Parthesiers (166) en de Germanen (167) af te slaan. Tussen deze oorlogen in voerde hij hervormingen door. In 176 ging hij opnieuw naar de noordelijke grens van het Keizerrijk met de bedoeling deze te verleggen naar de Vistula rivier. Hij overleed in 180 als gevolg van de pest in het huidige Wenen, nog voordat hij aan zijn invasie kon beginnen. Hij toonde in zijn regeertijd een grote betrokkenheid met de armen in het Rijk en richtte scholen, weeshuizen en ziekenhuizen op. Daarentegen was hij meedogenloos bij de vervolging van de Christenen, die hij als een grote bedreiging van het Rijk zag, vooral doordat hun weigering van de staatsgodsdienst een grote bron van verzet kon worden. Vervolging is altijd een teken van zwakte en ook hierin wordt duidelijk dat de superieuriteit van het Romeinse Rijk tanende was.